{"id":183858,"date":"2023-03-29T00:00:00","date_gmt":"2023-03-28T22:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.bcfi.be\/finerenon-een-toevoeging-aan-het-therapeutische-arsenaal-voor-patienten-met-chronische-nierinsufficientie-geassocieerd-aan-type-2-diabetes-3\/"},"modified":"2023-03-29T00:00:00","modified_gmt":"2023-03-28T22:00:00","slug":"finerenon-een-toevoeging-aan-het-therapeutische-arsenaal-voor-patienten-met-chronische-nierinsufficientie-geassocieerd-aan-type-2-diabetes-3","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/cbip.be\/fr\/finerenon-een-toevoeging-aan-het-therapeutische-arsenaal-voor-patienten-met-chronische-nierinsufficientie-geassocieerd-aan-type-2-diabetes-3\/","title":{"rendered":"Finerenon, een toevoeging aan het therapeutische arsenaal voor pati\u00ebnten met chronische nierinsuffici\u00ebntie geassocieerd aan type 2-diabetes"},"content":{"rendered":"<h2>Kernboodschap<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p>De nieuwe niet-stero\u00efdale mineralocortico\u00efdreceptor-antagonist finerenon verminderde de verdere achteruitgang van de nierinsuffici\u00ebntie in 2 grote gerandomiseerde placebogecontroleerde studies bij pati\u00ebnten met chronische nierinsuffici\u00ebntie geassocieerd aan type 2-diabetes en leek ook het cardiovasculair risico te verminderen bij deze pati\u00ebnten. De exacte plaats van finerenon bij de aanpak van chronische nierinsuffici\u00ebntie moet nog verder bepaald worden&#x002C; zeker ook ten opzichte van de gliflozines&#x002C; maar deze eerste resultaten zijn bemoedigend. Hyperkali\u00ebmie is het belangrijkste ongewenste effect.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Waarom zijn deze studies belangrijk?<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p>Pati\u00ebnten met chronische nierinsuffici\u00ebntie hebben naast een risico op evolutie naar terminale nierinsuffici\u00ebntie met dialysenood ook een hoog cardiovasculair risico. Het farmacotherapeutische arsenaal om bij deze pati\u00ebnten de achteruitgang van de nierfunctie te vertragen&#x002C; is beperkt. Lange tijd beschikten we hiervoor enkel over de ACE-inhibitoren en de sartanen. Sinds kort is er ook met bepaalde gliflozines een renaal en cardiovasculair voordeel aangetoond&#x002C; al dan niet in de aanwezigheid van diabetes (zie <a href=&quot;https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/3185?folia=3180&quot;>Folia oktober 2019<\/a> en <a href=&quot;https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/3526?folia=3524&quot;>Folia februari 2021<\/a>). Diabetes is wereldwijd de belangrijkste oorzaak van nierinsuffici\u00ebntie.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Sinds 1 februari 2023 is de niet-stero\u00efdale mineralocortico\u00efdreceptor-antagonist finerenon op de markt in Belgi\u00eb met als indicatie de behandeling van chronische nierinsuffici\u00ebntie met albuminurie bij volwassenen met type 2-diabetes (<a href=&quot;https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/chapters\/2?frag=489&quot;>zie Repertorium 1.4.2. Kaliumsparende diuretica<\/a>). Het is het eerste middel van deze geneesmiddelenklasse dat in deze indicatie voorgesteld wordt en zou een belangrijke uitbreiding van de farmacotherapeutische opties bij deze pati\u00ebnten kunnen betekenen.<\/p>\n<div class=&quot;detailed-content&quot;>\n<ul>\n<li>Een rol van aldosteron in de onderliggende inflammatoire en fibrotische processen van chronische nierinsuffici\u00ebntie wordt al geruime tijd vermoed. Behandelingen met de reeds lang beschikbare stero\u00efdale mineralocortico\u00efdreceptor-antagonisten (MRA) spironolacton en eplerenon werden echter nog niet onderzocht in grootschalige studies in deze populatie&#x002C; onder andere uit vrees voor de ernstige en hinderlijke ongewenste effecten (hyperkali\u00ebmie&#x002C; gynaecomastie)&#x002C; in deze hieraan zeer gevoelige populatie. Gegevens uit kleine&#x002C; kortlopende studies tonen een significante daling van de albuminurie ten opzichte van de basismeting met spironolacton en eplerenon&#x002C; maar gegevens op harde eindpunten en op langere termijn ontbreken<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>1&#x002C;2<\/sup><\/span>.<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><\/span><\/li>\n<li>Finerenon is een niet-stero\u00efdale mineralocortico\u00efdreceptor-antagonist&#x002C; die zeer selectief is voor de mineralocortico\u00efdreceptor en met een andere distributie over het lichaam en een andere manier van interageren met de mineralocortico\u00efdreceptoren. Hierdoor verschillen de gewenste en ongewenste effecten van finerenon mogelijk van de stero\u00efdale MRA\u2019s&#x002C; hoewel hierover nauwelijks klinische studiegegevens voorhanden zijn<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>2<\/sup><\/span>.<\/li>\n<\/ul><\/div>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Opzet van de studies<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p>De werkzaamheid van finerenon bij pati\u00ebnten met type 2-diabetes en chronische nierinsuffici\u00ebntie werd onderzocht in twee grote gerandomiseerde&#x002C; dubbelblinde&#x002C; placebogecontroleerde studies.<br \/> De eerste studie&#x002C; <strong>FIDELIO-DKD<\/strong><span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>3<\/sup><\/span>&#x002C; werd hoofdzakelijk uitgevoerd bij pati\u00ebnten met matig tot ernstige nierinsuffici\u00ebntie en macro-albuminurie (<a>zie meer info<\/a>) en had een samengesteld renaal primair eindpunt (nierfalen&#x002C; aanhoudende afname van de eGFR met minstens 40%&#x002C; renale mortaliteit).\u00a0 Belangrijkste secundair eindpunt was een samengesteld cardiovasculair eindpunt (cardiovasculaire mortaliteit&#x002C; niet-fataal myocardinfarct of CVA&#x002C; hospitalisatie wegens hartfalen).<br \/> De tweede studie&#x002C; <strong>FIGARO-DKD<\/strong><span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>4<\/sup><\/span>&#x002C; werd opgezet om finerenon te onderzoeken in pati\u00ebntengroepen die in de FIDELIO-DKD-studie ondervertegenwoordigd of zelfs ge\u00ebxcludeerd waren. Ze includeerde vooral pati\u00ebnten met minder ernstige nierinsuffici\u00ebntie en een beperktere albuminurie (<a>zie meer info<\/a>). FIGARO-DKD had een samengesteld cardiovasculair eindpunt als primair eindpunt en een samengesteld renaal eindpunt als belangrijkste secundaire eindpunt. De onderdelen van de samengestelde renale en cardiovasculaire eindpunten waren identiek in beide studies.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Beide studies werden gesponsord door de fabrikant van finerenon&#x002C; die ook de statistische analyse voor zijn rekening nam.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Beide studies includeerden pati\u00ebnten met type 2-diabetes en chronische nierinsuffici\u00ebntie onder behandeling met een ACE-inhibitor of een sartaan aan de maximaal getolereerde dosis. Belangrijkste exclusiecriteria waren een serum kaliumconcentratie hoger dan 4&#x002C;8 mmol\/l en de aanwezigheid van chronisch hartfalen met gedaalde ejectiefractie.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>De streefdosis in de interventiegroep bedroeg 20 mg finerenon \u00e9\u00e9nmaal daags. Pati\u00ebnten met een eGFR \u2264 60 ml\/min\/1&#x002C;73m\u00b2 kregen een gereduceerde startdosis van 10 mg \u00e9\u00e9nmaal daags die na 1 maand werd verhoogd naar 20 mg \u00e9\u00e9nmaal daags&#x002C; op voorwaarde dat de serum kaliumconcentratie \u2264 4&#x002C;8 mmol\/l bleef en de nierfunctie stabiel was.<\/p>\n<div class=&quot;detailed-content&quot;>\n<table border=&quot;1&quot; cellpadding=&quot;1&quot; cellspacing=&quot;1&quot; style=&quot;width:650px;&quot;>\n<tbody>\n<tr>\n<td>\u00a0<\/td>\n<td>FIDELIO-DKD<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>3<\/sup><\/span><\/td>\n<td style=&quot;width: 250px;&quot;>FIGARO-DKD<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>4<\/sup><\/span><\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;width: 20px;&quot;>Inclusiecriteria<\/td>\n<td style=&quot;width: 250px;&quot;>\n<ul>\n<li>type 2-diabetes \u00e9n<\/li>\n<li>chronische nierziekte&#x002C; gedefinieerd als<br \/> \u25aa\u00a0ofwel urinaire albumine-<br \/> \u00a0\u00a0creatinineratio van<br \/> \u00a0\u00a030-300 mg\/g \u00e9n eGFR van<br \/> \u00a0 25-60 ml\/min\/1&#x002C;73 m\u00b2 \u00e9n<br \/> \u00a0 voorgeschiedenis van<br \/> \u00a0\u00a0diabetische retinopathie<br \/> \u25aa\u00a0ofwel urinaire albumine-<br \/> \u00a0\u00a0creatinineratio van<br \/> \u00a0\u00a0300-5000 mg\/g\u00a0\u00e9n<br \/> \u00a0 eGFR van 25-75 ml\/min\/1&#x002C;73m\u00b2\u00a0<\/li>\n<li>onder behandeling met een ACE-inhibitor of een sartaan aan de maximaal getolereerde dosis<\/li>\n<li>serum kaliumconcentratie<br \/> \u2264 4&#x002C;8 mmol\/l<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td>\n<ul>\n<li>type 2-diabetes \u00e9n<\/li>\n<li>chronische nierziekte&#x002C; gedefinieerd als<br \/> \u25aa\u00a0ofwel urinaire albumine-<br \/> \u00a0\u00a0creatinineratio van 30-300 mg\/g<br \/> \u00a0\u00a0\u00e9n eGFR van<br \/> \u00a0\u00a025-90 ml\/min\/1&#x002C;73 m\u00b2<br \/> \u25aa ofwel urinaire albumine-<br \/> \u00a0\u00a0creatinineratio van 300-5000 mg\/g<br \/> \u00a0\u00a0\u00e9n eGFR \u2265 60 ml\/min\/1&#x002C;73 m\u00b2<\/li>\n<\/ul>\n<p> \u00a0 <\/p>\n<ul>\n<li>onder behandeling met een ACE-inhibitor of een sartaan aan de maximaal getolereerde dosis<\/li>\n<li>serum kaliumconcentratie<br \/> \u2264 4&#x002C;8 mmol\/l<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p> Het renale eindpunt was samengesteld uit nierfalen&#x002C; aanhoudende afname van de eGFR met minstens<br \/> 40% en renale mortaliteit. Onder nierfalen werd verstaan daling van de eGFR < 15 ml\/min\/1&#x002C;73 m\u00b2 of het ontwikkelen van end stage renal disease (langdurige dialysenood gedurende meer dan 90 dagen of niertransplantatie).<br \/> Het cardiovasculaire eindpunt was samengesteld uit cardiovasculaire mortaliteit&#x002C; niet fataal myocardinfarct&#x002C; niet-fataal CVA en hospitalisatie wegens hartfalen.<br \/> Globale mortaliteit en hospitalisaties (voor gelijk welke reden) waren secundaire eindpunten in beide studies.<\/div>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Resultaten in het kort<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p>De FIDELIO-studie includeerde 5674 pati\u00ebnten en de FIGARO-studie 7352 pati\u00ebnten met een gemiddelde leeftijd van 65 jaar&#x002C; waarvan 70% mannen. Zo goed als alle pati\u00ebnten werden behandeld met een ACE-inhibitor of sartaan en met bloedsuikerverlagende medicatie. Het gebruik van gliflozines en GLP-1-analogen was beperkt (minder dan 10% van elk). De bloeddruk- en glycemiecontrole waren gemiddeld gezien redelijk goed&#x002C; maar de populatie was duidelijk obees en kende nog 14-18% rokers. De overgrote meerderheid van de pati\u00ebnten in de FIDELIO-studie had nierinsuffici\u00ebntie graad 3 of 4 en een ernstig verhoogde urinaire albumine-creatinineratio (> 300 mg\/g). In de FIGARO-studie had slechts iets minder dan 40% van de pati\u00ebnten nierinsuffici\u00ebntie graad 3 of 4 en ongeveer de helft van de pati\u00ebnten had een ernstig verhoogde urinaire albumine-creatinineratio (> 300 mg\/g).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>In de FIDELIO-studie werd zowel voor het samengestelde renale (primaire) eindpunt als voor het samengestelde cardiovasculaire (secundaire) eindpunt een verschil gezien in het voordeel van finerenon&#x002C; met een number needed to treat (NNT) van 29 over 3 jaar voor het renale eindpunt en een NNT van 42 over 3 jaar voor het cardiovasculaire eindpunt.<br \/> In de FIGARO-studie werd enkel voor het samengestelde cardiovasculaire (primaire) eindpunt een verschil gezien in het voordeel van finerenon&#x002C; met een NNT van 47 over 3&#x002C;5 jaar. Voor het samengestelde renale (secundaire) eindpunt werd er geen verschil gezien tussen de interventiegroep en de placebogroep.<br \/> Geen van beide studies vond een effect van finerenon op de globale mortaliteit.<br \/> In beide studies was er een klein verschil van ongeveer 3 mmHg in systolische bloeddruk tussen beide groepen in het voordeel van finerenon; HbA1c en lichaamsgewicht werden niet be\u00efnvloed.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Globaal gezien waren er in beide studies geen significante verschillen tussen finerenon en placebo voor wat betreft het optreden van ernstige ongewenste effecten of ongewenste effecten leidend tot stopzetting van de studiemedicatie. Hyperkali\u00ebmie trad wel dubbel zo vaak op in de finerenon-groep als in de placebo-groep.<\/p>\n<div class=&quot;detailed-content&quot;>\n<table border=&quot;1&quot; cellpadding=&quot;1&quot; cellspacing=&quot;1&quot; style=&quot;width:650px;&quot;>\n<tbody>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;><strong>Pati\u00ebntenkarakteristieken<\/strong><\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>FIDELIO-DKD<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>3<\/sup><\/span><br \/> (n = 5674)<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>FIGARO-DKD<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>4<\/sup><\/span><br \/> (n = 7352)<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>gem. leeftijd&#x002C; geslacht<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>65&#x002C;6 j&#x002C; 70&#x002C;2% man<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>64&#x002C;1 j&#x002C; 69&#x002C;4% man<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>gem. HbA1c<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>7&#x002C;7%<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>7&#x002C;7%<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>gem. syst. bloeddruk<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>138&#x002C;0 mmHg<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>135&#x002C;8 mmHg<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>gem. BMI<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>31&#x002C;1 kg\/m\u00b2<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>31&#x002C;4 kg\/m\u00b2<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>roker<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>14&#x002C;2%<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>17&#x002C;5%<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>nierfunctie (eGFR)<br \/> \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u226560 ml\/min\/1&#x002C;73m\u00b2<br \/> \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 <60 ml\/min\/1&#x002C;73m\u00b2<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;> 11&#x002C;6%<br \/> 88&#x002C;4%<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;> 61&#x002C;7%<br \/> 39&#x002C;3%<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>albuminurie (UACR)<br \/> \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 <300 mg\/g<br \/> \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u2265300 mg\/g<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;> 12&#x002C;5%<br \/> 87&#x002C;5%<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;> 49&#x002C;2%<br \/> 50&#x002C;7%<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>medicatie bij start studie<br \/> \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 ACE-inhibitor of sartaan<br \/> \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 bloedsuikerverlagende medicatie<br \/> \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0\u00a0 gliflozine<br \/> \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0GLP-1 analoog<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;> 99&#x002C;9%<br \/> 97&#x002C;4%<br \/> \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 4&#x002C;6%<br \/> \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 6&#x002C;9%<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;> 99&#x002C;9%<br \/> 97&#x002C;9%<br \/> \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 8&#x002C;4%<br \/> \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 \u00a0 7&#x002C;5%<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p> \u00a0 <\/p>\n<table border=&quot;1&quot; cellpadding=&quot;1&quot; cellspacing=&quot;1&quot; style=&quot;width:650px;&quot;>\n<tbody>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top; width: 200px;&quot;><strong>Resultaten (finerenon vs placebo)<\/strong><\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>FIDELIO-DKD<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>3<\/sup><\/span><br \/> (mediane follow up: 2&#x002C;6 jaar)<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>FIGARO-DKD<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>4<\/sup><\/span><br \/> (mediane follow up: 3&#x002C;4 j)<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>samengesteld renaal eindpunt<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>17&#x002C;8% vs 21&#x002C;1%<br \/> HR 0&#x002C;82 (95%BI 0&#x002C;73 tot 0&#x002C;93)<br \/> p = 0&#x002C;001<br \/> NNT: 29 over 3 jaar<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>9&#x002C;5% vs 10&#x002C;8%<br \/> HR 0&#x002C;87 (95%BI 0&#x002C;76 tot 1&#x002C;01)<br \/> NS<br \/> (secundair eindpunt)<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>samengesteld cardiovasculair eindpunt<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>13&#x002C;0% vs 14&#x002C;8%<br \/> HR 0&#x002C;86 (95%BI 0&#x002C;75 tot 0&#x002C;99)<br \/> p = 0&#x002C;03<br \/> NNT: 42 over 3 jaar<br \/> (secundair eindpunt)<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>12&#x002C;4% vs 14&#x002C;2%<br \/> HR 0&#x002C;87 (95%BI 0&#x002C;76 tot 0&#x002C;98)<br \/> p = 0&#x002C;03<br \/> NNT: 47 over 3&#x002C;5 jaar<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>globale mortaliteit (secundair eindpunt)<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>7&#x002C;7% vs 8&#x002C;6%<br \/> HR 0&#x002C;90 (95%BI 0&#x002C;75 tot 1&#x002C;07)<br \/> NS<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>9&#x002C;0% vs 10&#x002C;1%<br \/> HR 0&#x002C;89 (95%BI 0&#x002C;77 tot 1&#x002C;04)<br \/> NS<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p> Voor wat betreft het renale eindpunt&#x002C; maakten aanhoudende dalingen van de eGFR (\u2265 40%) het grootste aandeel uit van de events in beide studies&#x002C; met telkens een significant verschil in het voordeel van finerenon<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>5<\/sup><\/span>.<br \/> Het voordeel op het cardiovasculaire eindpunt werd in de FIGARO-studie vooral gedreven door een afname van het aantal hospitalisaties wegens hartfalen. In de FIDELIO-studie zag men niet dat het voordeel op cardiovasculair vlak gedreven werd door \u00e9\u00e9n van de componenten van het samengestelde eindpunt<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>5<\/sup><\/span>.<br \/> \u00a0 <\/p>\n<table border=&quot;1&quot; cellpadding=&quot;1&quot; cellspacing=&quot;1&quot; style=&quot;width:650px;&quot;>\n<tbody>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;><strong>Ongewenste effecten (finerenon vs placebo)<\/strong><\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>FIDELIO-DKD<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>1<\/sup><\/span><\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>FIGARO-DKD<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>2<\/sup><\/span><\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>ernstige OE<br \/> leidend tot stopzetting<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>31&#x002C;9% vs 34&#x002C;3%<br \/> 7&#x002C;3% vs 5&#x002C;9%<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>31&#x002C;4% vs 33&#x002C;2%<br \/> 5&#x002C;6% vs 5&#x002C;0%<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>hyperkali\u00ebmie<br \/> leidend tot stopzetting<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>18&#x002C;3% vs 9&#x002C;0%<br \/> 2&#x002C;3% vs 0&#x002C;9%<\/td>\n<td style=&quot;text-align: left; vertical-align: top;&quot;>10&#x002C;8% vs 5&#x002C;3%<br \/> 1&#x002C;2% vs 0&#x002C;4%<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table><\/div>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Beperkingen van de studies<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p>Beide studies includeerden <b>enkel pati\u00ebnten met chronische nierinsuffici\u00ebntie geassocieerd aan type 2-diabetes<\/b>. Of finerenon ook werkzaam is bij chronische nierinsuffici\u00ebntie met andere oorzaken&#x002C; wordt momenteel nog onderzocht.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Hartfalen komt vaak voor bij pati\u00ebnten met nierinsuffici\u00ebntie en\/of diabetes. Pati\u00ebnten met <b>hartfalen <\/b>met gedaalde ejectiefractie werden echter uitgesloten uit beide studies omdat mineralocortico\u00efdreceptor-antagonisten (spironolacton&#x002C; eplerenon) reeds deel uitmaken van het behandelalgoritme voor de behandeling van hartfalen. De associatie van twee mineralocortico\u00efdreceptor-antagonisten is gecontra-indiceerd en eplerenon of spironolacton konden niet zomaar vervangen worden door finerenon omdat de werkzaamheid van finerenon in deze indicatie nog niet is vastgesteld. Studies met finerenon specifiek bij hartfalenpati\u00ebnten zijn reeds lopende.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Sommige <b>gliflozines en GLP-1-analogen<\/b> hebben ondertussen een aangetoond gunstig effect op cardiovasculaire en\/of renale eindpunten. Het beperkte aantal pati\u00ebnten dat in beide studies behandeld werd met gliflozines of GLP-1-analogen en de afwezigheid van direct vergelijkende studies laten geen uitspraak toe over de werkzaamheid van finerenon ten opzichte van deze geneesmiddelen&#x002C; of over de werkzaamheid en veiligheid van associ\u00ebren van finerenon aan deze geneesmiddelen.<br \/> De onderzoekers en sommige commentatoren vergelijken indirect met de gliflozines op basis van onder andere de CREDENCE (zie <a href=&quot;https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/3185?folia=3180&quot;>Folia oktober 2019<\/a>) \u00a0en de DAPA-CKD-studies (zie <a href=&quot;https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/3526?folia=3524&quot;>Folia februari 2021<\/a>) en stellen dat het effect van finerenon kleiner zou zijn dan dat van de gliflozines<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>6&#x002C;7<\/sup><\/span>. Er zijn echter belangrijke verschillen in studiepopulatie&#x002C; studiedesign en eindpunten tussen deze studies en de finerenon-studies. Eveneens op basis van indirecte vergelijkingen&#x002C; worden in de KDIGO-richtlijn over de behandeling van diabetes bij pati\u00ebnten met chronische nierinsuffici\u00ebntie de gliflozinen&#x002C; toegevoegd aan een ACE-inhibitor of een sartaan&#x002C; verkozen boven finerenon als voorkeursbehandeling ter preventie van verdere achteruitgang van de nierfunctie<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>8<\/sup><\/span>. Enkel direct vergelijkende studies kunnen klaarheid scheppen over de plaats van finerenon ten opzichte van de gliflozines. Een studie die finerenon vergelijkt met empagliflozine en met de combinatie finerenon-empagliflozine is momenteel lopende.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Commentaar van het BCFI<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p>Op basis van de bemoedigende eerste studieresultaten lijkt finerenon een aanvulling op het beperkte farmacotherapeutische arsenaal dat momenteel ter beschikking staat voor de behandeling van chronische nierinsuffici\u00ebntie. Het werd enkel nog maar onderzocht bij pati\u00ebnten met chronische nierinsuffici\u00ebntie geassocieerd aan type 2-diabetes. De meeste commentatoren schatten het effect van finerenon ten opzichte van placebo eerder bescheiden in<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>9<\/sup><\/span>.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Op het moment van registratie van finerenon bij het Europese Geneesmiddelenagentschap (EMA) waren enkel de gegevens uit de FIDELIO-studie volledig beschikbaar. Aanvankelijk vroeg de fabrikant volgende indicatie aan: vertragen van progressie van nierinsuffici\u00ebntie en preventie van cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit bij pati\u00ebnten met chronische nierinsuffici\u00ebntie (stadium 3 en 4 met albuminurie) en type 2-diabetes. In tegenstelling tot het Amerikaanse FDA&#x002C; aanvaardde het EMA het gedeelte over preventie van cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit niet omdat ze onvoldoende overtuigd zijn dat finerenon op dat vlak een substanti\u00eble meerwaarde biedt<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>5<\/sup><\/span>.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>De FIDELIO-studie includeerde hoofdzakelijk pati\u00ebnten met <b>gevorderd nierfalen<\/b> (stadium 3-4 met ernstige albuminurie). Of ook pati\u00ebnten met minder ernstig nierfalen<b> <\/b>(stadium 1-2 en\/of matig ernstige albuminurie) baat hebben bij een behandeling met finerenon&#x002C; is minder duidelijk. De FIGARO-studie toonde&#x002C; in een meer heterogene studiepopulatie met een lager basisrisico&#x002C; minder duidelijke voordelen met finerenon&#x002C; zodat het moeilijk vast te stellen is welke bijkomende pati\u00ebntengroepen een voordeel zouden kunnen ondervinden van finerenon. Niettemin breidde het EMA recent de indicatie uit naar alle stadia van nierfalen met albuminurie<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>10<\/sup><\/span>.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>De toegekende indicatie omvat alle stadia nierinsuffici\u00ebntie. In beide studies lag de ondergrens van de eGFR echter op 25 ml\/min\/1&#x002C;73m\u00b2. Finerenon is dus onvoldoende onderzocht bij een groot deel van de pati\u00ebnten met <b>nierinsuffici\u00ebntie graad 4<\/b> (met name pati\u00ebnten met een eGFR van 15-25 ml\/min\/1&#x002C;73m\u00b2). Ook de SKP stelt dat het niet aanbevolen is finerenon op te starten bij pati\u00ebnten met een eGFR van minder dan 25 ml\/min\/1&#x002C;73m\u00b2; een ingestelde behandeling kan echter voortgezet worden tot de eGFR daalt onder 15 ml\/min\/1&#x002C;73m\u00b2. De Belgische terugbetalingscriteria weerspiegelen nog volledig de inclusiecriteria van de FIDELIO-studie en hanteren dus ook deze ondergrens van 25 ml\/min\/1&#x002C;73m\u00b2 en beperken de terugbetaling tot chronische nierinsuffici\u00ebntie stadium 3 en 4 (situatie op 31\/03\/2023).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>De studies kenden een mediane follow up van 2&#x002C;6 en 3&#x002C;4 jaar. Zowel diabetes als nierinsuffici\u00ebntie zijn chronische aandoeningen waarvoor behandeling vele jaren aangehouden wordt. De werkzaamheid en veiligheid van finerenon <b>op langere termijn<\/b> is nog niet gekend<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>6<\/sup><\/span>.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p><b>Hyperkali\u00ebmie <\/b>blijft een grote bezorgdheid bij gebruik van mineralocortico\u00efdreceptor-antagonisten&#x002C; zeker bij pati\u00ebnten met nierinsuffici\u00ebntie (spironolacton en eplerenon zijn formeel gecontra-indiceerd bij pati\u00ebnten met ernstige nierinsuffici\u00ebntie). Hoewel de onderzoekers claimen dat finerenon minder vaak hyperkali\u00ebmie zou geven dan spironolacton of eplerenon&#x002C; zijn hierover weinig gegevens uit klinische studies beschikbaar<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>2<\/sup><\/span>. Het risico van hyperkali\u00ebmie kan nog verder toenemen door mogelijke interacties met gelijktijdig gebruikte geneesmiddelen (andere geneesmiddelen die hyperkali\u00ebmie veroorzaken (zie <a href=&quot;https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/chapters\/1?frag=9990219&quot;>Repertorium Inl.6.2.7.<\/a>) of CYP3A4-remmers (zie <a href=&quot;https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/chapters\/1?frag=9990243#cyp&quot;>tabel Ic in Repertorium Inl.6.3.<\/a>)). Het zal belangrijk zijn dat finerenon enkel binnen de toegekende indicatie gebruikt wordt en onder nauwe monitoring van de kali\u00ebmie&#x002C; wat zeker in de eerste lijn problematisch blijft door de gevoeligheid van de kaliumbepaling voor pre-analytische fouten (hemolyse bij bloedafname&#x002C; suboptimale transportcondities&#x002C; groot tijdsinterval tussen bloedafname en -analyse).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Op het eerste zicht zijn de studies uitgevoerd bij pati\u00ebnten met een redelijk goed geregelde glykemie en bloeddruk. Aangezien enkel gemiddelde waarden worden gerapporteerd en deze tegen de bovengrens van de streefwaarden aanleunen&#x002C; kunnen we ervan uitgaan dat een substantieel deel van de pati\u00ebnten suboptimaal geregeld was. Ook het percentage rokers en de gemiddelde BMI lagen nog vrij hoog. Men kan zich afvragen hoeveel winst met een striktere aanpak van deze risicofactoren zou kunnen bekomen worden in vergelijking met de winst bekomen met het toevoegen van alweer een nieuw geneesmiddel aan de behandeling van vaak gepolymediceerde pati\u00ebnten.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>E\u00e9n maand behandeling met finerenon kost meer dan 70 \u20ac. Gezien het eerder bescheiden effect&#x002C; dringt een grondige kosteneffectiviteitsanalyse zich op&#x002C; zeker omdat het aantal pati\u00ebnten met type 2-diabetes en nierinsuffici\u00ebntie toeneemt. De vraag rijst echter ook of de reeds beschikbare MRA\u2019s (eplerenon en vooral het veel goedkopere spironolacton) eenzelfde werkzaamheid met een vergelijkbaar bijwerkingenprofiel zouden kunnen hebben bij chronische nierinsuffici\u00ebnte<span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;><sup>9&#x002C;11<\/sup><\/span>. Omdat het gaat om goedkope patentvrije geneesmiddelen&#x002C; is de kans klein dat dit ooit in grootschalige klinische studies zal worden onderzocht.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Bronnen<\/h2>\n<p><span class=&quot;folia-referentie-tekst&quot;><span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;>1\u00a0<\/span>Currie G&#x002C; Taylor AHM&#x002C; Fujita T&#x002C; Ohtsu H&#x002C; Lindharth M et al. Effect of mineralocorticoid receptor antagonists on proteinuria and progression of chronic kidney disease: a systematic review and meta-analysis. <i>BMC Nephrol.<\/i> 2016;17:127. doi: <a href=&quot;https:\/\/doi.org\/10.1186\/s12882-016-0337-0&quot;>10.1186\/s12882-016-0337-0<\/a><\/span><br \/> <span class=&quot;folia-referentie-tekst&quot;><span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;>2\u00a0<\/span>Agarwal R&#x002C; Kolkhof P&#x002C; Bakris G&#x002C; Bauerschans J&#x002C; Haller H et al. Steroidal and non-steroidal mineralocorticoid receptor antagonists in cardiorenal medecine. <i>Eur Heart J.<\/i> 2021;42:152-61. doi: <a href=&quot;https:\/\/doi.org\/10.1093\/eurheartj\/ehaa736&quot;>10.1093\/eurheartj\/ehaa736<\/a><br \/> <span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;>3<\/span>\u00a0Bakris GL&#x002C; Agarwal R&#x002C; Anker SD&#x002C; Pitt B&#x002C; Ruilope LM et al. Effect of finerenone on chronic kidney disease outcomes in type 2 diabetes. <i>N Engl J Med.<\/i> 2020;383:2219-29. doi: <a href=&quot;https:\/\/doi.org\/10.1056\/nejmoa2025845&quot;>10.1056\/NEJMoa2025845<\/a><br \/> <span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;>4<\/span>\u00a0Pitt B&#x002C; Filippatos G&#x002C; Agarwal R&#x002C; Anker SD&#x002C; Bakris GL et al. Cardiovascular events with finerenone in kidney disease and type 2 diabetes. <i>N Engl J Med.<\/i> 2021;385:2252-63. doi: <a href=&quot;https:\/\/doi.org\/10.1056\/nejmoa2110956&quot;>10.1056\/NEJMoa2110956<\/a><br \/> <span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;>5<\/span>\u00a0European Medicines Agency. Kerendia. Assessment report EMA\/78746\/2022&#x002C; 16 December 2021. <a href=&quot;https:\/\/www.ema.europa.eu\/en\/documents\/assessment-report\/kerendia-epar-public-assessment-report_en.pdf&quot;>https:\/\/www.ema.europa.eu\/en\/documents\/assessment-report\/kerendia-epar-public-assessment-report_en.pdf<\/a><\/span><br \/> <span class=&quot;folia-referentie-tekst&quot;><span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;>6<\/span>\u00a0Ingelfinger JR&#x002C; Rosen CJ. Finerenone \u2013 Halting relative hyperaldoosteronism in chronic kidney disease. <i>N Engl J Med. <\/i>2020;383:2285-6. doi: <a href=&quot;https:\/\/doi.org\/10.1056\/nejme2031382&quot;>10.1056\/NEJMe2031382<\/a><br \/> <span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;>7<\/span>\u00a0Mayne KJ&#x002C; Herrington WG. In patients with type 2 diabetes and CKD&#x002C; finerenone improved CV and kidney outcomes. <i>Ann Intern Med.<\/i> 2022;175:JC54. doi: <a href=&quot;https:\/\/doi.org\/10.7326\/j22-0029&quot;>10.7326\/J22-0029<\/a><br \/> <span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;>8<\/span>\u00a0Kidney Disease Improving Global Outcomes. KDIGO 2022 clinical practice guideline for diabetes management in chronic kidney disease.<i> <\/i><i>Kidney Int.<\/i> 2022; 102:s1-s127. doi: <a href=&quot;https:\/\/doi.org\/10.1016\/j.kint.2022.06.008&quot;>10.1016\/j.kint.2022.06.008<\/a><br \/> <span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;>9<\/span>\u00a0The Medical Letter. In brief: Finerenone (Kerendia) for diabetic kidney disease. <i>Med Letter Drugs Ther.<\/i> 2023;65:15-6. doi:<a href=&quot;https:\/\/doi.org\/10.58347\/tml.2023.1668e&quot;>10.58347\/tml.2023.1668e<\/a><br \/> <span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;>10\u00a0<\/span>European Medicines Agency. Kerendia. Assessment report (variation) EMA\/41550\/2023&#x002C; 15 December 2022. <a href=&quot;https:\/\/www.ema.europa.eu\/en\/documents\/variation-report\/kerendia-h-c-5200-ii-0001-g-epar-assessment-report-variation_en.pdf&quot;>https:\/\/www.ema.europa.eu\/en\/documents\/variation-report\/kerendia-h-c-5200-ii-0001-g-epar-assessment-report-variation_en.pdf<\/a><br \/> <span class=&quot;folia-referentie-nummer&quot;>11<\/span>Brett AS. Cardiovascular effects of finerenone&#x002C; a new mineralocorticoid-receptor antagonist. <i>NEJM Journal Watch.<\/i> 2 September 2021. <a href=&quot;https:\/\/www.jwatch.org\/na54000\/2021\/09\/02\/cardiovascular-effects-finerenone-new-mineralocorticoid&quot;>https:\/\/www.jwatch.org\/na54000\/2021\/09\/02\/cardiovascular-effects-finerenone-new-mineralocorticoid<\/a><\/span><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Kernboodschap De nieuwe niet-stero\u00efdale mineralocortico\u00efdreceptor-antagonist finerenon verminderde de verdere achteruitgang  [&#8230;]<\/p>\n","protected":false},"author":9,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[12,14914],"tags":[20213],"class_list":["post-183858","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-actualites","category-2023-fr","tag-import_tags"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/cbip.be\/fr\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/183858","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/cbip.be\/fr\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/cbip.be\/fr\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/cbip.be\/fr\/wp-json\/wp\/v2\/users\/9"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/cbip.be\/fr\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=183858"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/cbip.be\/fr\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/183858\/revisions"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/cbip.be\/fr\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=183858"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/cbip.be\/fr\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=183858"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/cbip.be\/fr\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=183858"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}